Uitzicht India. © Mo Stipsen

India

26 maart 2017 - Mo Stipsen

“India. Ze zal je omhelzen of uitspuwen” zei mijn half-Indiase vriendin mij eens, voor mijn eerste reis naar het moederland van yoga. 
Klagen over de vuilnisbelt waarmee de bewoonde gebieden wordt bekleed, is voorbijgaan aan de essentie van de India-ervaring. Alles hier verwijst mij naar de zelfkennis die wordt verkregen door atma vichara: ‘Wie ben ik?’

Geen beter gezelschap voor deze practice dan de meest rauwe, stinkende en chaotische versie van mijzelf, die ik zie in de armoede en de heilloze blik in de ogen van de tabak-kauwende tuktuk bestuurder. Ik zie mijzelf eisen stellen en met geld zwaaien en dan vluchten voor de menigte baba’s die nog geen tien minuten later met uitgestoken handen hun ‘bakshish’ van mij opeisen.

Gezondheid is levenwijsheid: Ayurveda

India is de praktijk. Mijn fris witte yogastudio met het obligate Natarajabeeld waarbinnen ik mij zorgen maak of ik niet naar zweet zal ruiken is de theorie. Een theorie die ik in ordentelijke brokjes van maximaal 1,5 uur krijg toegediend. Het is voornamelijk het schuldgevoel over de andere 22,5 uur die ik niet aan yoga doe, die me doet terugkeren voor nog een lesje. Dat besef ik natuurlijk niet, het nestelt zich zachtjes als een lichamelijk onbehagen tegen mijn ideeën over gezondheid aan.

India is overleven. Daarvoor moet alle kennis worden ingezet. Gezondheid in India is synoniem met levenswijsheid: ‘Ayurveda’. Een scherpere vertaling is: ‘de wijsheid die een lang leven geeft’. Je bent natuurlijk pas echt wijs bezig wanneer je geen Ayurvedische advies meer zoekt. Vrijwel direct na het verlaten van de yogastudio met vloerverwarming vergeet ik dat ik oefeningen doe voor de rust en verstilling en begin ik euforisch (vandaag backbends gedaan) met de schitterende yogameiden te kletsen, maar in India word ik door alles herinnerd aan yoga. Is het niet vanwege de tempeltjes op straathoeken waar ik wordt uitgenodigd even stil te staan en ‘anjali mudra’ te maken, dan is het wel door de chaotische zee van indrukken, toeters en (tempel)bellen. Het herinnert mij aan mijn behoefte aan rust en verstilling, het overleven van de ziel. 
Op dat punt openbaart zich het lieflijke gezicht van moeder India: de ashram. ‘Ashram’ (spirituele leefgemeenschap) en ‘Sharana’” (toevlucht nemen tot) klinken verrukkelijk als een harmonieus akkoord.

Ashram doordrenkt van yoga

De ashram waar ik ben is zelfvoorzienend. Er wordt een aantal koeien verzorgd, er groeien bloemen en er is een moestuin. Iedereen neemt een taak op zich, niet om zichzelf te verrijken maar voor het collectief: Karma Yoga. Om vier uur ‘s morgens begint de Aarti met de begroeting van de Sadguru (stichter) bij de Dhuni (vuurplaats) meditatie, zingen, Japa (mantraherhaling): Bhakti Yoga. Naast de asanatraining, de Satsangs over filosofie of Ayurveda en nog een Aarti als afsluiting van iedere dag, mag ik me afvragen wat ik hier aan het doen ben. Ieder moment dat ik iemand binnen de muren van de ashram aanspreek mag ik me bewust zijn van wat ik van de ander vraag, diens aandacht en bewegingsvrijheid die ik opeis, de stilte (Mauna) die ik onderbreek. Is het echt zo belangrijk of kan ik, in de geest van de Ashram, zelfvoorzienend zijn? Gyan yoga.

Hier wordt yoga geleefd, toegepast in ieder facet van het dagelijks leven. Yoga is gebaseerd op de natuur. De natuur is cyclisch van aard, beweegt in ritmes en is onverbiddelijk en overvloedig tegelijkertijd. De discipline die nodig is voor het meebewegen in het ritme van de ashram doet me de rust zo waarderen dat er een heilig respect begint te ontstaan voor mijn persoonlijke proces en daarmee dat van de ander. Dit respect groeit uit tot een verlangen om liefde te uiten, bloemen te leggen aan de voet van een altaar. Mijn rusteloze geest kan door middel van deze constante yogapractice (Abhyasa), misschien wel uit wanhoop over zichzelf, gebracht worden tot overgave aan iets onverklaarbaars. Aanbidding, de daad van liefde, is intellectueel niet te rechtvaardigen. De overgave aan dat, tot uiting gebracht in een rituele daad, plaatst me direct in de staat van de waarnemer, het ‘doel’ van de yogapractice. En dat dan iedere dag weer, ieder leven opnieuw.

India ademt yoga

India, met op iedere straathoek een tempeltje, waar bijna iedere handeling tot een ritueel is gemaakt, iedere kaste een plaats heeft en iedere Ashrama (levensfase) bijdraagt aan de gemeenschap, is het land waar yoga leeft. Wanneer ik haar zie, dan zie ik een oudje. Rimpelig, ze ruikt wat vreemd, haar tandeloze mond en kurkachtige lippen roepen walging op in mijn aan verlangens gehechte geest. 
Ik sluit mijn ogen en adem uit. Langzaam ontspan ik m’n buik en laat de adem toestromen. Ik hoor de stem van mijn lerares en leraar en open langzaam mijn ogen.

Dan zie ik hoe ze beweegt. De eenvoud, de gratie, de kracht. Ik moet enorm lenig zijn om haar bewegingen zelfs maar een beetje te kunnen volgen. Ik zie geen ouderdom meer maar de tijdloze schoonheid van de natuur. Daarmee wil ik me verbinden. Aan haar draag ik mijn dankbaarheid op, zij is degene die deze verdient. India omhelst mij. 

Meer inspiratie

Rubriek: