Blog 5 Dominique Prins-König

Voor Truus moet het altijd mooier, uitzonderlijker, specialer, beter

6 november 2020 - Dominique Prins-König

 

Zodra ik op mijn uitgerolde yogamat plaatsneem, merk ik het: vandaag is Truus meegekomen naar mijn yogaopleiding. Nee,Truus is geen vriendin. Truus is de kritische stem die al jaren in mijn hoofd woont en die nooit te beroerd is om ergens kritiek of commentaar op te geven als het om mijzelf gaat. Ze is de verbale zweep die me altijd maant om beter mijn best te doen, harder te werken en/of grotere prestaties te leveren. Voor Truus is het eigenlijk nooit goed. Voor Truus moet het altijd mooier, uitzonderlijker, specialer, beter.

Natuurlijk heeft ze ook haar goede kanten, dat moet ik eerlijk toegeven. Dankzij Truus heb ik in mijn schrijvende leven nog geen deadline gemist, zitten we (vrijwel) nooit zonder toiletpapier en is ons huis nooit veranderd in een zwijnenstal, wat met twee opgroeiende jongens geen denkbeeldig risico was. Ik wil maar zeggen: Truus heeft echt haar diensten wel bewezen. Het probleem met Truus is dat ze niet goed weet wanneer ze moet stoppen, en dat ze weinig boodschap heeft aan mijn parkinson. Jammer dan, vindt Truus, dan doe je maar iets harder je best.

De les begint. Ik heb de eerste houding nog niet aangenomen, of Truus gaat los: “Moet je zien hoe soepel de docente dat doet. Je denkt toch niet dat jij dat ooit kunt, hè? Trouwens, hoe kom je erbij dat je ooit yogadocent zou kunnen worden? Hoe zou je ooit een zinnige yogales in elkaar kunnen draaien, en dan ook nog onthouden wat je allemaal moet zeggen?” Dat dit pas mijn vierde opleidingsdag is van een traject dat in totaal wel vier jaar duurt, kortom: dat ik nog niet geacht word alles al te kunnen en te weten? Onzin, vindt Truus. “Kijk, die vrouw naast je komt veel verder dan jij. Dat wordt tenminste een goede yogajuf.”

Zo is het de hele dag een drukte van belang in mijn hoofd. Met yoga – niet meegaan in de wervelingen van je gedachten – heeft het weinig te maken. In plaats van me te concentreren op mijn ademhaling ben ik alleen maar bezig de klappen die Truus uitdeelt te ontwijken. Ook daar heeft ze uiteraard wat op te zeggen: “Ha, ik dacht dat jij zo goed kon loslaten? Nou, je bent nu al de hele dag met mij bezig in plaats van met yoga…”

Als ik aan het einde van de middag in de auto terug naar huis rijd, weet ik niet zo goed hoe ik me moet voelen. Heeft Truus nu mijn hele yogadag, waar ik me zo op had verheugd, verpest? Was alles wat ik vandaag heb gedaan voor niets? Ik probeer of ik het ook anders kan bekijken. Want dankzij Truus heb ik vandaag wel uitstekend kunnen oefenen met ongemakkelijke gevoelens. Eigenlijk moet ik haar dankbaar zijn voor deze mooie kans. Zodra ik dat bedenk, klaart het op in mijn hoofd. Want dankbaarheid en vriendelijkheid, daar kan Truus slecht tegen. Terwijl ik haar prijs voor haar uitdagende commentaren van vandaag, trekt ze zich mokkend terug. Zoveel aardigheid had ze niet verwacht.  

Meer inspiratie